Berlijn marathon 2015, het iets minder vrolijke verhaal.

Na elf kilometer hardlopen voel ik een doffe pijn in mijn onderrug die me iets te bekend voorkomt. ‘Nee, niet nu al.’ denk ik, maar loop gewoon verder. Kilometer 12: de pijn houdt aan. Ik zie het nog een kilometer aan en nog een. Ik passeer de matten van het 15-kilometerpunt in 1 uur 32, wat redelijk volgens mijn schema is. Bij de verzorgingspost pak ik water en sportdrank, wandel wat en schud mijn rechterbeen los. De pijn blijft. Bij kilometer 16 slaat de twijfel definitief toe. Van te voren had ik bedacht positief te blijven denken. Ik had in gedachten de race ingedeeld in 8 blokjes van 5 kilometer en ik zat al in mijn vierde ‘blokje’. Maar mijn rug zorgt ervoor dat alle mooie plannen aan de kant kunnen. Ik kan wel positief blijven, maar als ik nu al zoveel pijn heb, hoe is het dan bij 32 kilometer? Bij 16,4 loop ik de stoep op. Ik blijf even wachten en kijk twijfelend naar het parcours. Ik kan nog terug. Maar dan besluit ik dat het over is en ik druk mijn hardloophorloge uit.

Berlijn marathon

Een uur en veertig minuten geleden stond ik nog vol verwachting op de Straße des 17. Juni tussen al die andere lopers. Vanaf februari heb ik getraind voor deze dag en ik heb er naar uitgekeken. Maar een week van te voren krijg ik griepachtige verschijnselen. Spierpijn, niet fit en weinig eetlust. Geen dingen die je wilt hebben vlak voor een marathon. Blijkbaar heeft dat zijn weerslag op mijn onderrug gehad en dat is nu eenmaal mijn zwakke punt. De vorige keer dat ik doorgelopen heb met deze pijn, heeft me een jaar lang blessureleed opgeleverd.

Daar sta ik dan, ergens in het oosten van Berlijn en ik heb geen idee waar. Ik zie een EHBO-medewerker en overleg kort met hem of het zin heeft om door te lopen. Samen constateren we dat het beter is dat ik stop. Gelukkig is de U-bahn niet ver weg en kan ik makkelijk naar het hotel aan de Friedrich Straße komen. Een aardige mevrouw vraagt of ze met me mee moet lopen. Ik zeg dat het goed gaat en dat het me wel alleen lukt.

In de U-bahn word ik meelijwekkend aangekeken. Ik krijg een energiebar aangeboden van een lieve mevrouw naast me. Het Berlijnse publiek is nog net zo geweldig als vorig jaar. Ik heb de drumband onder het viaduct gemist en het balkon volgestouwd met boxen. En ik heb niet de kans gezien om de Gendarmenmarkt al rennend te bekijken die ik vorig jaar compleet over het hoofd heb gezien. Mijn marathonavontuur eindigde op de Kottbusser Damm en dat is ronduit k**. Ik kan het niet mooier maken.

berlijn

Inmiddels zijn we een week verder en heb ik nog steeds een dubbel gevoel overgehouden aan de marathon van Berlijn. Aan de ene kant ben ik trots op Marco dat ie zo’n fantastische tijd heeft gelopen. En ook op mezelf dat ik de moed heb gehad om te stoppen en niet eigenwijs mijn rug naar de vernieling heb gelopen. Anderzijds baal ik nog steeds als een stekker dat zo’n rotgriep alle trainingsarbeid teniet heeft gedaan. Bovendien voel ik mijn rug nog steeds, ondanks dat de fantastische fysiotherapeut van Holland Runner hem op maandagochtend heeft losgemaakt.

Toch maak ik al weer voorzichtig plannen, want ik wil niet dat al die lange duurlopen voor niets zijn geweest. Ik richt me vanaf nu op een 10 Engelse mijl en een halve marathon (misschien wel die in Berlijn). Ook wil ik graag eens een lange fietstoertocht maken. Als dat allemaal pijnvrij lukt, dan ga ik wel weer denken aan de marathon.

 

 

RelatedPost

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *